Wat is vrij in het Nederlands?
Wat is vrij in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.
Wat is vrij in het Nederlands? - Nederlands woordenboek
|
vrij |
vrij - Nederlands woordenboek
vrij
vrij - bijvoeglijk naamwoord
1. kunnen gaanenstaanwaarje wilt
♢ hij zat in de gevangenis, maar nu is hij weer vrij
1. zo vrij als een vogeltje in de lucht
[heel erg vrij]
2. door niets of niemand beperkt of gehinderd
♢ de weg was versperd maar nu is hij weer vrij
1. een vrij beroep
[waarbij je je eigen baas bent]
2. vrije toegang
[zonder te betalen]
3. een vrije vertaling
[niet letterlijk]
4. een vrije aftocht
[de gelegenheid om ongehinderd te vertrekken]
5. vrij baan maken
[alles wat hindert, uit de weg ruimen]
6. iemand de vrije hand geven
[het hem laten doen zoals hij zelf wil]
7. de handen vrij hebben
[ongehinderd iets kunnen doen]
8. een vrije jongen
[een kleine zelfstandige]
9. uit vrije wil
[niet gedwongen]
10. er vrij over kunnen beschikken
[kunnen gebruiken wat je wilt]
11. vrij op naam
[de koper betaalt de overdrachtskosten van het huis]
12. vrij spel hebben
[ongehinderd je gang kunnen gaan]
13. iemand de vrije teugel laten
[hem zijn gang laten gaan]
14. een vrije trap
[een schot dat ongehinderd genomen mag worden]
15. een vrije vertaling
[die zich niet precies aan de betekenis houdt]
16. een vrije vogel
[iemand die zich van niemand iets aantrekt]
3. niet in gebruik of besproken
♢ is deze tafel nog vrij?
4. als je niet naar het werk of naar school hoeft
♢ ik ben vandaag vrij
1. vrije tijd
[de tijd die je niet hoeft te werken]
5. het niet hebben
♢ de zieke is vrij van koorts
6. niet verlegen, niet stijf
♢ zij gaf iedereen een zoen, ze is erg vrij
7. zonder dat het iets kost, voor niets
♢ de toegang tot deze disco is vrij
8. wat niet valt onder een bepaald gezag
♢ dokter en advocaat zijn vrije beroepen
1. de vrije sector
[huizen waarvoor je geen woonvergunning hoeft te hebben]
Algemene uitdrukkingen:
1. mag ik zo vrij zijn om...?
[vindt u dat goed?]
Bijvoeglijk naamwoord: vrij
... is vrijer dan ...
de/het vrije ...
Synoniemen
absoluut, gratis, onbelemmerd, onbeperkt, ongedwongen, onvoorwaardelijk, ruim
Tegenstellingen
geforceerd, gewild, gezocht, onvrij
Andere woordenschat
vaag, vaak, vaardigheid, vaart, vaas, vaat, vader, vak, vakantie, val, vallen, vals, van, vanaf, vanavond, vandaag, vandaan, vandaar, vandalisme, vangen, vanmiddag, vanmorgen, vannacht, vanuit, vanwege, vanzelf, vanzelfsprekend, varen, varken, vast, raad, raam, raar, rad, radio, raken, raket, rand, rapport, rat, rats, reactie, reageren, recent, recept, recht, rechtbank, rechtdoor, rechter, rechthoek, rechts, rechtsaf, rechtvaardig, redden, redelijk, reden, reduceren, reeds, reeks, regel
Woordenboeken
Nederlands Woordenboek
Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.
In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.
Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.
