Wat is rad in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is rad in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is rad in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

rad pronunciation rad
rad - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord1. snel en met zoveelmogelijk resultaat♢ met een rad gebaar trok hij zijn muts af1. rad van tong zijn [snel en veel spreken]1. wiel met tanden, onderdeel van machine♢ de raderen van het uurwerk zijn versleten2. wiel dat om een as draait

rad - Nederlands woordenboek

rad

rad - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

1. snel en met zoveelmogelijk resultaat
♢ met een rad gebaar trok hij zijn muts af
1. rad van tong zijn
[snel en veel spreken]

1. wiel met tanden, onderdeel van machine
♢ de raderen van het uurwerk zijn versleten
2. wiel dat om een as draait
♢ hij draaide het rad nog eens rond

Bijvoeglijk naamwoord: rad

Algemene uitdrukkingen:
1. hem een rad voor ogen draaien
[hem bedriegen]
2. rad van avontuur
[spel dat bestaat uit ronddraaiende schijf met nummers]
Zelfstandig naamwoord: rad
het rad
de raderen
het radertje

Synoniemen
behendig, handig

rad

rad - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

1. snel en met zoveelmogelijk resultaat
♢ met een rad gebaar trok hij zijn muts af
1. rad van tong zijn
[snel en veel spreken]

1. wiel met tanden, onderdeel van machine
♢ de raderen van het uurwerk zijn versleten
2. wiel dat om een as draait
♢ hij draaide het rad nog eens rond

Bijvoeglijk naamwoord: rad

Algemene uitdrukkingen:
1. hem een rad voor ogen draaien
[hem bedriegen]
2. rad van avontuur
[spel dat bestaat uit ronddraaiende schijf met nummers]
Zelfstandig naamwoord: rad
het rad
de raderen
het radertje

Synoniemen
behendig, handig

raad, raam, raar, rad, radio, raken, raket, rand, rapport, rat, rats, reactie, reageren, recent, recept, recht, rechtbank, rechtdoor, rechter, rechthoek, rechts, rechtsaf, rechtvaardig, redden, redelijk, reden, reduceren, reeds, reeks, regel, aan, aanbieden, aanbranden, aandacht, aandoen, aandrijven, aangeven, aangezien, aanhouden, aankijken, aankleden, aankomen, aankoop, aanleg, aanleiding, aannemen, aanpakken, aanpassen, aanraken, aanranden, aanrijding, aansnijden, aansteken, aantal, aantonen, aantrekken, aanvaarden, aanvallen, aanvankelijk, aanvoerder

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch