Wat is brood in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is brood in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is brood in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

brood pronunciation brood
brood - zelfstandig naamwoord1. dagelijks voedsel gebakken van deeg♢ wiljijkaas op je brood?1. daarmee is geen droog brood te verdienen [het levert geen geld op]2. aan bakkerskinderen brood geven (TB) [iemand iets geven waar hij al genoeg van heeft]3. droog brood eten [heel arm zijn]4. d

brood - Nederlands woordenboek

brood

brood - zelfstandig naamwoord

1. dagelijks voedsel gebakken van deeg
wiljijkaas op je brood?
1. daarmee is geen droog brood te verdienen
[het levert geen geld op]
2. aan bakkerskinderen brood geven (TB)
[iemand iets geven waar hij al genoeg van heeft]
3. droog brood eten
[heel arm zijn]
4. de honden lusten er geen brood van
[het is schandalig]
5. de mens leeft niet van brood alleen
[heeft hogere behoeften dan alleen eten en drinken]
6. je de kaas niet van het brood laten eten
[opkomen voor jezelf]
7. iets op je brood krijgen
[er de schuld van krijgen, er een verwijt over krijgen]
8. het brood uit de mond sparen
[bezuinigen op wat je eet, voor iemand anders]
9. op water en brood zitten
[in de gevangenis]
10. ergens geen brood in zien
[niet verwachten dat het iets oplevert]
2. levensonderhoud
♢ hij verdient zijn brood als politieman
1. wiens brood men eet, diens woord men spreekt
[je staat aan de kant van degene die je onderhoudt]
2. wiens brood men eet, diens stront men vreet (JB)
[je bent onderdanig aan degene die je onderhoudt]
3. iemand het brood uit de mond stoten
[hem zijn broodwinning afnemen]
4. het is een zuur stukje brood
[met moeite wordt er nog iets mee verdiend]
5. om den brode
[om er de kost mee te verdienen]
6. ergens geen brood in zien
[geen voordeel in zien]
7. daar zit geen brood in
[daar kun je niets mee verdienen]
8. hij heeft goed zijn brood
[verdient goed]
9. iemand aan een stuk brood helpen
[een baan(tje) geven]
10. dat is mijn brood
[daar verdien ik de kost mee]
11. eigen brood boven al
[zelfstandigheid is heel veel waard]
12. hij is goed voor zijn brood
[kan zijn eigen kost verdienen]
13. geen brood hebben
[straatarm zijn]
14. brood op de plank hebben
[genoeg hebben om van te leven]
15. nood zoekt brood
[door de nood gedwongen, pak je van alles aan]
16. brood op de plank hebben
[grote borsten hebben]
3. met de vorm van een brood
♢ de bank bewaart de broodjes goud in een kluis

Zelfstandig naamwoord: brood
het brood
de broden
het broodje

baan, baard, baas, babbelen, baby, bad, bagage, bakker, bal, banaan, band, bang, bank, banket, bankschroef, bar, barricade, basis, bassin, bed, bedanken, bedenken, bedienen, bedoelen, bedrag, bedragen, bedriegen, bedrijf, bedrog, beeld, raad, raam, raar, rad, radio, raken, raket, rand, rapport, rat, rats, reactie, reageren, recent, recept, recht, rechtbank, rechtdoor, rechter, rechthoek, rechts, rechtsaf, rechtvaardig, redden, redelijk, reden, reduceren, reeds, reeks, regel

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch