Wat is uitkomen in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is uitkomen in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is uitkomen in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

uitkomen pronunciation uitkomen
uitkomen - onregelmatig werkwoorduitspraak: uit-ko-men1. tot bloemen worden♢ de knoppen van deze bloemen zijnmooi uitgekomen2. opengebroken worden door het kuiken♢ drie eieren zijn uitgekomen3. ontdekt worden♢ hij heeft gelogen, maar het is uitgekomen4. het als einde of resultaat heb

uitkomen - Nederlands woordenboek

uitkomen

uitkomen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: uit-ko-men

1. tot bloemen worden
♢ de knoppen van deze bloemen zijnmooi uitgekomen
2. opengebroken worden door het kuiken
drie eieren zijn uitgekomen
3. ontdekt worden
♢ hij heeft gelogen, maar het is uitgekomen
4. het als einde of resultaat hebben
♢ deze som komt uit op nul
5. het eerlijk toegeven
♢ zij komt er rond voor uit dat ze al zestig is
6. goed tot zijn recht komen
♢ het kleed komt prachtig uit op die houten vloer
7. op de markt komen
♢ het boek is pas uitgekomen
8. op een gunstig moment gebeuren
♢ vanavond komt me goed uit
1. dat komt goed uit
[dat komt op het juiste moment]
9. er genoeg aan hebben
♢ met 100 euro kan ik deze week wel uitkomen

Onregelmatig werkwoord: uit-ko-men
ik kom uit (... ik uitkom)
jij/u komt uit (... jij uitkomt)
hij/zij komt uit (... hij uitkomt)
wij/zij/jullie komen uit (... wij uitkomen)
ik/jij/u/hij/zij kwam uit (... ik uitkwam)
wij/zij/jullie kwamen uit (... wij uitkwamen)
hij is uitgekomen
de/het/een uitgekomen ....
uitkomend, uitkomende

Synoniemen
schikken, verschijnen

u, ui, uilskuiken, uit, uitbarsting, uitbreiden, uitbroeden, uitdelen, uitdoen, uitdrukking, uiteindelijk, uiteraard, uiterst, uitgaan, uitgang, uitgangspunt, uitgeput, uitgerekend, uitgeven, uitgezonderd, uithalen, uitkering, uitkijken, uitkomen, uitkomst, uitlaat, uitleggen, uitleven, uitleveren, uitmaken, ideaal, idee, identiek, ieder, iedereen, iemand, iets, ijdel, ijs, ijverig, ijzer, illegaal, immers, impressie, in, inboedel, inbreken, inderdaad, indertijd, indiaan, indien, individueel, indruk, industrie, ineens, infectie, informatie, informeren, ingaan, ingang

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch