Wat is uiterst in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is uiterst in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is uiterst in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

uiterst pronunciation uiterst
uiterst - bijvoeglijk naamwoord, bijwoorduitspraak: ui-terst1. het kannietverderof erger♢ hij zat op het uiterste puntje van zijn stoel1. je uiterste best doen [je volledig inzetten]2. laatste♢ hij noemde mij zijn uiterste prijs1. in het uiterste geval [als het echt niet anders kan]2.

uiterst - Nederlands woordenboek

uiterst

uiterst - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord
uitspraak: ui-terst

1. het kannietverderof erger
♢ hij zat op het uiterste puntje van zijn stoel
1. je uiterste best doen
[je volledig inzetten]
2. laatste
♢ hij noemde mij zijn uiterste prijs
1. in het uiterste geval
[als het echt niet anders kan]
2. de uiterste verkoopdatum
[de laatste dag waarop een bederfelijk product verkocht mag worden]

1. heel erg
♢ dat is uiterst vervelend

Bijvoeglijk naamwoord: ui-terst
de/het uiterste ...

Bijwoord: ui-terst

uiterst

uiterst - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord
uitspraak: ui-terst

1. het kannietverderof erger
♢ hij zat op het uiterste puntje van zijn stoel
1. je uiterste best doen
[je volledig inzetten]
2. laatste
♢ hij noemde mij zijn uiterste prijs
1. in het uiterste geval
[als het echt niet anders kan]
2. de uiterste verkoopdatum
[de laatste dag waarop een bederfelijk product verkocht mag worden]

1. heel erg
♢ dat is uiterst vervelend

Bijvoeglijk naamwoord: ui-terst
de/het uiterste ...

Bijwoord: ui-terst

u, ui, uilskuiken, uit, uitbarsting, uitbreiden, uitbroeden, uitdelen, uitdoen, uitdrukking, uiteindelijk, uiteraard, uiterst, uitgaan, uitgang, uitgangspunt, uitgeput, uitgerekend, uitgeven, uitgezonderd, uithalen, uitkering, uitkijken, uitkomen, uitkomst, uitlaat, uitleggen, uitleven, uitleveren, uitmaken, ideaal, idee, identiek, ieder, iedereen, iemand, iets, ijdel, ijs, ijverig, ijzer, illegaal, immers, impressie, in, inboedel, inbreken, inderdaad, indertijd, indiaan, indien, individueel, indruk, industrie, ineens, infectie, informatie, informeren, ingaan, ingang

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch