Wat is gezicht in het Nederlands?
Wat is gezicht in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.
Wat is gezicht in het Nederlands? - Nederlands woordenboek
|
gezicht |
gezicht - Nederlands woordenboek
gezicht
gezicht - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ge-zicht
1. voorkant van het hoofd
♢ ze had haar gezicht niet opgemaakt
1. met een stalen gezicht
[zonder gevoel te tonen]
2. dat geeft scheve gezichten
[het maakt anderen jaloers]
3. een raar gezicht trekken
[spieren in je gezicht bewegen]
4. iemand van gezicht kennen
[wel weten hoe hij eruitziet, maar meer niet]
5. iemand uit het gezicht verliezen
[niet meer weten waar hij is]
6. het recht in zijn gezicht zeggen
[zonder er omheen te draaien]
7. even je gezicht laten zien
[er kort op bezoek gaan]
8. het gezicht verliezen
[blind worden]
9. géén gezicht!
[niet om aan te zien, erg lelijk]
10. een klap in het gezicht
[een grove belediging]
11. op je gezicht gaan
[afgaan, mislukken]
12. een gezicht als een oorwurm
[boos en ontevreden]
13. een gezicht van oude lappen
[huilerig en lelijk]
14. iemand met twee gezichten
[een schijnheilig iemand]
15. liefde op het eerste gezicht
[verliefd worden als je elkaar voor het eerst ziet]
2. hoe het eruitziet
♢ die optocht was een mooi gezicht
1. op het eerste gezicht
[als je er voor het eerst naar kijkt]
2. het is géén gezicht
[het ziet er heel raar uit]
3. de trein verdween uit het gezicht
[ik zag hem niet meer]
Algemene uitdrukkingen:
1. je gezicht verliezen
[iets doen waardoor je je goede naam kwijtraakt]
Zelfstandig naamwoord: ge-zicht
het gezicht
de gezichten
het gezichtje
Synoniemen
gelaat, porum, smoel, snoet, snuit
Andere woordenschat
gaaf, gaan, gaarne, gang, gangbaar, garage, gas, gast, gastvrij, gat, gauw, gebaar, gebak, gebeuren, gebeurtenis, gebied, gebit, geboren, gebouw, gebrek, gebruik, gebruiken, gedachte, gedeelte, gedijen, gedrag, gedragen, geduld, gedurende, geel, echt, echter, echtgenoot, economie, economisch, een, eenheid, eens, eenstemmig, eentonig, eenvoudig, eenzaam, eer, eerder, eerlijk, eerst, eetlust, eeuw, efficiënt, egoïst, ei, eigen, eigenaardig, eigendom, eigenlijk, eigenschap, eik, eiland, eind, eindelijk
Woordenboeken
Nederlands Woordenboek
Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.
In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.
Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.
