Wat is haar in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is haar in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is haar in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

haar pronunciation haar
haar - zelfstandig naamwoord1. fijne, buigzame vezels op huid van mensen en dieren♢ mijnvriend heeft blond haar1. elkaar in de haren vliegen [beginnen te vechten]2. dat scheelde een haar [heel erg weinig]3. geen haar op m'n hoofd die eraan denkt [ik doe het echt niet]4. een vos verliest

haar - Nederlands woordenboek

haar

haar - zelfstandig naamwoord

1. fijne, buigzame vezels op huid van mensen en dieren
mijnvriend heeft blond haar
1. elkaar in de haren vliegen
[beginnen te vechten]
2. dat scheelde een haar
[heel erg weinig]
3. geen haar op m'n hoofd die eraan denkt
[ik doe het echt niet]
4. een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
[een slecht mens is nooit te vertrouwen]
5. iemand geen haar krenken
[hem niets doen]
6. je wilde haren kwijtraken
[rustiger worden naarmate je ouder wordt]
7. er grijze haren van krijgen
[je er veel zorgen over maken]
8. iemand tegen de haren in strijken
[dingen zeggen die vervelend voor hem zijn]
9. mijn haren rezen te berge
[ik schrok heel erg]
10. met huid en haar
[volledig, helemaal]
11. gekrulde haren, gekrulde zinnen
[iemand met krullen is heel uitbundig]
12. een vrouwenhaar trekt meer dan zeven paarden (TB)
[is erg sterk]
13. beter dun van haar dan dik van hem (TB)
[dun haar is minder erg dan (ongewenst) zwanger zijn]
14. haar op de tanden hebben
[sterk zijn, jezelf goed kunnen verdedigen]
15. met de handen in het haar zitten
[geen raad meer weten]

Zelfstandig naamwoord: haar
het haar
de haren
het haartje

haar

haar - zelfstandig naamwoord

1. fijne, buigzame vezels op huid van mensen en dieren
mijnvriend heeft blond haar
1. elkaar in de haren vliegen
[beginnen te vechten]
2. dat scheelde een haar
[heel erg weinig]
3. geen haar op m'n hoofd die eraan denkt
[ik doe het echt niet]
4. een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
[een slecht mens is nooit te vertrouwen]
5. iemand geen haar krenken
[hem niets doen]
6. je wilde haren kwijtraken
[rustiger worden naarmate je ouder wordt]
7. er grijze haren van krijgen
[je er veel zorgen over maken]
8. iemand tegen de haren in strijken
[dingen zeggen die vervelend voor hem zijn]
9. mijn haren rezen te berge
[ik schrok heel erg]
10. met huid en haar
[volledig, helemaal]
11. gekrulde haren, gekrulde zinnen
[iemand met krullen is heel uitbundig]
12. een vrouwenhaar trekt meer dan zeven paarden (TB)
[is erg sterk]
13. beter dun van haar dan dik van hem (TB)
[dun haar is minder erg dan (ongewenst) zwanger zijn]
14. haar op de tanden hebben
[sterk zijn, jezelf goed kunnen verdedigen]
15. met de handen in het haar zitten
[geen raad meer weten]

Zelfstandig naamwoord: haar
het haar
de haren
het haartje

haak, haar, haast, habbekrats, hagel, hagelslag, halen, half, hals, ham, hamer, hand, handel, handelaar, handelen, handeling, handig, handtastelijk, hangen, hard, hardvochtig, haring, hart, hartelijk, harteloos, hartig, hartverscheurend, hebben, hechtenis, heden, aan, aanbieden, aanbranden, aandacht, aandoen, aandrijven, aangeven, aangezien, aanhouden, aankijken, aankleden, aankomen, aankoop, aanleg, aanleiding, aannemen, aanpakken, aanpassen, aanraken, aanranden, aanrijding, aansnijden, aansteken, aantal, aantonen, aantrekken, aanvaarden, aanvallen, aanvankelijk, aanvoerder

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch