Wat is toe in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is toe in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is toe in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

toe pronunciation toe
toe - bijwoord, tussenwerpsel1. je kunt erniet bij of in of door♢ het kind deed zijn oogjes toe2. als extra♢ hij kreeg nog geld toe voor dit karwei3. heen♢ waar gaan we naar toe?1. hij zat met zijn rug naar het raam toe [naar het raam gekeerd]4. als nagerecht♢ wat eten we toe?1. aa

toe - Nederlands woordenboek

toe

toe - bijwoord, tussenwerpsel

1. je kunt erniet bij of in of door
♢ het kind deed zijn oogjes toe
2. als extra
♢ hij kreeg nog geld toe voor dit karwei
3. heen
♢ waar gaan we naar toe?
1. hij zat met zijn rug naar het raam toe
[naar het raam gekeerd]
4. als nagerecht
♢ wat eten we toe?

1. aansporing
♢ toe, doe je schoenen eens aan

Algemene uitdrukkingen:
1. ik ben eraan toe
[ik wil graag beginnen]
2. tot nu toe
[tot aan dit moment]
3. af en toe
[zo nu en dan]
4. hij is er slecht aan toe
[het gaat slecht met hem]
5. dat doet er niet toe
[het geeft niet]
Bijwoord: toe

Tussenwerpsel: toe

Synoniemen
dicht, gesloten

Tegenstellingen
open

toe

toe - bijwoord, tussenwerpsel

1. je kunt erniet bij of in of door
♢ het kind deed zijn oogjes toe
2. als extra
♢ hij kreeg nog geld toe voor dit karwei
3. heen
♢ waar gaan we naar toe?
1. hij zat met zijn rug naar het raam toe
[naar het raam gekeerd]
4. als nagerecht
♢ wat eten we toe?

1. aansporing
♢ toe, doe je schoenen eens aan

Algemene uitdrukkingen:
1. ik ben eraan toe
[ik wil graag beginnen]
2. tot nu toe
[tot aan dit moment]
3. af en toe
[zo nu en dan]
4. hij is er slecht aan toe
[het gaat slecht met hem]
5. dat doet er niet toe
[het geeft niet]
Bijwoord: toe

Tussenwerpsel: toe

Synoniemen
dicht, gesloten

Tegenstellingen
open

taak, taal, taart, tablet, tafel, tak, tamelijk, tand, tang, tank, tante, tarief, tartaar, taxi, te, techniek, technisch, teer, tegel, tegelijk, tegen, tegenhouden, tegenover, tegenstander, tegenstelling, tegenstrijdig, tegenvallen, tegenwoordig, tegenzin, teken, ober, ochtend, oefenen, offerte, officieel, officier, ofschoon, ogenblik, oktober, olie, om, oma, omdat, omdraaien, omgaan, omgeving, omheen, omhoog, omhullen, omkeren, omkopen, omlaag, omroep, omroepster, omstandigheid, omstreeks, omtrek, omtrent, onafhankelijk, onbaatzuchtig

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch