Wat is passen in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is passen in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is passen in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

passen pronunciation passen
passen - regelmatig werkwoorduitspraak: pas-sen1. precies de goede maat zijn♢ ditjasje past me goed1. het was passen en meten [het kostte veel moeite]2. aantrekken en kijken of het goed is♢ mag ik deze broek even passen?3. toezicht houden♢ wil je op het huis passen als wij weg zijn?1

passen - Nederlands woordenboek

passen

passen - regelmatig werkwoord
uitspraak: pas-sen

1. precies de goede maat zijn
ditjasje past me goed
1. het was passen en meten
[het kostte veel moeite]
2. aantrekken en kijken of het goed is
♢ mag ik deze broek even passen?
3. toezicht houden
♢ wil je op het huis passen als wij weg zijn?
1. je moet op je woorden passen
[niet zomaar alles zeggen]
4. erbij horen, erbij aansluiten
♢ dat groen past niet bij dat blauw
5. precies het juiste bedrag betalen
♢ kunt u het misschien passen, ik heb geen klein geld

Algemene uitdrukkingen:
1. ik pas ervoor
[ik wil het niet doen]
Regelmatig werkwoord: pas-sen
ik pas
jij/u past
hij/zij past
wij/zij/jullie passen
ik/jij/u/hij/zij paste
wij/zij/jullie pasten
hij heeft gepast
de/het/een gepaste ....
passend, passende

pa, paar, paard, paars, pak, pakken, paleis, pan, pantalon, panty, papa, papier, parallel, pardon, parkeren, parlement, parmantig, part, particulier, partij, partner, pas, passagier, passen, pastoor, patiënt, patserig, pauze, pech, peer, aan, aanbieden, aanbranden, aandacht, aandoen, aandrijven, aangeven, aangezien, aanhouden, aankijken, aankleden, aankomen, aankoop, aanleg, aanleiding, aannemen, aanpakken, aanpassen, aanraken, aanranden, aanrijding, aansnijden, aansteken, aantal, aantonen, aantrekken, aanvaarden, aanvallen, aanvankelijk, aanvoerder

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch