Wat is kant in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is kant in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is kant in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

kant pronunciation kant
kant - zelfstandig naamwoord1. buitenste strook♢ komniet te dicht bij de kant, andersval je in het water1. ga eens aan de kant [opzij]2. het was kantje boord [het liep maar net goed af]3. zij loopt de kantjes ervan af [ze doet bijna niets]4. ik ben door hem aan de kant gezet [weggestuurd

kant - Nederlands woordenboek

kant

kant - zelfstandig naamwoord

1. buitenste strook
komniet te dicht bij de kant, andersval je in het water
1. ga eens aan de kant
[opzij]
2. het was kantje boord
[het liep maar net goed af]
3. zij loopt de kantjes ervan af
[ze doet bijna niets]
4. ik ben door hem aan de kant gezet
[weggestuurd]
5. al is het nog zo kant en klaar, het hapert toch wel hier en daar (TB)
[er mankeert altijd wel iets aan]
6. aan de kant staan
[niet meedoen]
7. dat raakt kant nog wal
[is onzin]
2. elk van de twee delen tegenover elkaar
♢ hij woont aan de andere kant van de stad
1. welke kant moet jij uit?
[in welke richting ga jij?]
2. van moeders kant is hij Turks
[zijn moeder is Turks]
3. ik kan geen kant meer op
[zit erg in het nauw]
4. daar kun je alle kanten mee uit
[dat kun je op verschillende manieren opvatten]
5. ga ik zo goed? nee, je gaat de verkeerde kant op
[in de verkeerde richting]
6. het mes snijdt aan twee kanten
[het levert dubbel voordeel op]
7. het is een dubbeltje op zijn kant
[onzeker hoe het afloopt]
8. de scherpe kantjes van iets afnemen
[het verzachten]
9. iets van alle kanten bekijken
[de voors en tegens goed afwegen]
10. het deugt van geen kant
[is helemaal niet in orde]
11. even de andere kant op kijken
[iets gedogen]
12. geen kant meer op kunnen
[geen uitweg meer weten]
13. ergens alle kanten mee op kunnen
[er veel mogelijkheden mee hebben]
3. kunstig opengewerkt weefsel
♢ zij draagt een kraagje van kant
4. partij, kamp
♢ bekijk het ook eens van mijn kant!
1. familie van de koude kant
[aangetrouwd]
2. het gelijk aan zijn kant hebben
[het bij het juiste eind hebben]
3. dat hoor je van alle kanten
[dat zegt iedereen]
4. iemands kant kiezen
[zijn partij]
5. van de verkeerde kant zijn
[homoseksueel]
5. vlak waar je tegenaan kunt kijken
♢ een dobbelsteen heeft zes kanten

Algemene uitdrukkingen:
1. je van kant maken
[zelfmoord plegen]
2. het niet over je kant laten gaan
[je ertegen verzetten]
3. de boel aan kant maken
[opruimen]
4. iets over zijn kant laten gaan
[zich er niet tegen verzetten]
Zelfstandig naamwoord: kant
de kant
de kanten
het kantje

Synoniemen
aanzicht, rand, zijde

kaak, kaart, kaarten, kaas, kabinet, kader, kadet, kalm, kam, kamer, kamp, kans, kant, kantoor, kapot, kapotje, kapper, karakter, kast, kat, kater, keel, keer, keihard, kelder, kenmerk, kennelijk, kennen, kennis, kennismaken, aan, aanbieden, aanbranden, aandacht, aandoen, aandrijven, aangeven, aangezien, aanhouden, aankijken, aankleden, aankomen, aankoop, aanleg, aanleiding, aannemen, aanpakken, aanpassen, aanraken, aanranden, aanrijding, aansnijden, aansteken, aantal, aantonen, aantrekken, aanvaarden, aanvallen, aanvankelijk, aanvoerder

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch