Wat is fijn in het Nederlands?

Bijgewerkt: 18-07-2026 by Wikilanguages.net
☞ share facebook ☞ share twitter

Wat is fijn in het Nederlands?. Online Nederlandstalig woordenboek. Wikilanguages.net is een gratis online woordenboek voor de Nederlandse taal. Dit is een professioneel en up-to-date woordenboek geschreven door ervaren woordenboekmakers.

Wat is fijn in het Nederlands? - Nederlands woordenboek

fijn pronunciation fijn
fijn - bijvoeglijk naamwoord1. van kleine of dunne deeltjes♢ je moet dezekaas fijnmalen1. het fijne van de zaak wisten we niet [we wisten niet precies hoe het zat]2. een fijne kam [de tanden staan dicht bij elkaar]2. van bijzondere kwaliteit♢ fijne vleeswaren1. ze heeft een fijne neus

fijn - Nederlands woordenboek

fijn

fijn - bijvoeglijk naamwoord

1. van kleine of dunne deeltjes
je moet dezekaas fijnmalen
1. het fijne van de zaak wisten we niet
[we wisten niet precies hoe het zat]
2. een fijne kam
[de tanden staan dicht bij elkaar]
2. van bijzondere kwaliteit
♢ fijne vleeswaren
1. ze heeft een fijne neus
[ze kan alles heel goed ruiken]
3. waarvan je in een goede stemming komt
♢ ik heb een fijne jeugd gehad
1. laat ie fijn zijn!
[dat is prachtig]
2. fijne manieren zijn dat!
[het is niet zo fraai wat hij doet]
4. wat je alleen kunt waarnemen als je heel zorgvuldig bent
♢ Daan heeft een fijn gevoel voor humor
1. de fijne kneepjes kennen
[precies weten hoe het moet]
2. ergens het fijne van weten
[precies weten hoe het zit]
5. protestanten die uiterlijk erg godsdienstig zijn
♢ die fijnen gaan op zondag drie keer naar de kerk
1. zij zijn zo fijn als gemalen poppenstront
[heel erg gelovig]

Algemene uitdrukkingen:
1. door fijne mensen en fijne regen word je het meest bedrogen (TB)
[vergis je er niet in, je kunt goed nat gaan]
Bijvoeglijk naamwoord: fijn
... is fijner dan ...
het fijnst
de/het fijne ...
iets fijns

Synoniemen
aangenaam, goed, lekker, leuk, lustig, plezierig, prettig, senang, subtiel

Tegenstellingen
akelig, boers, grof, lomp, onaangenaam, onbeschoft

fabriek, factor, factuur, failliet, falen, familie, fanatiek, farce, fascisme, fatsoenlijk, fax, februari, feeks, feest, feit, feitelijk, fel, fervent, fiets, figuurlijk, fijn, film, financieel, financiën, fixeren, flagrant, flair, flat, flauw, fles, ideaal, idee, identiek, ieder, iedereen, iemand, iets, ijdel, ijs, ijverig, ijzer, illegaal, immers, impressie, in, inboedel, inbreken, inderdaad, indertijd, indiaan, indien, individueel, indruk, industrie, ineens, infectie, informatie, informeren, ingaan, ingang

Dutch

Woordenboeken

  • Nederlands Nederlands
  • Nederlands Woordenboek

    Het Nederlands is een West-Germaanse taal, de meest gebruikte taal in Nederland en België, de officiële taal van Suriname en een van de drie officiële talen van België. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het Nederlands ook een officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Het Nederlands is na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal.

    In de Europese Unie spreken ongeveer 25 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. De Franse Westhoek en de regio rondom de Duitse stad Kleef zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar Nederlandse dialecten mogelijk nog gesproken worden door de oudste generaties. Ook in de voormalige kolonie Indonesië kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.

    Het Afrikaans, een van de officiële talen van Zuid-Afrika, is een dochtertaal van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.

    Dutch